‘Optimisme is geen strategie’

Brigadegeneraal Jan Swillens over herstel geoefendheid

Zes landen, 4.500 militairen, 600 voertuigen. Allemaal onder Nederlands commando. Bison Drawsko was duidelijk andere koek dan de internationale oefeningen waar de Koninklijke Landmacht de voorbije jaren aan deelnam. Volgens brigadegeneraal Jan Swillens zegt dit veel over het herstel dat zich stilaan voltrekt binnen de hele krijgsmacht. “Het liefst gaan militairen op missie, maar dit is second best.”

Wat maakte Bison Drawsko zo bijzonder?
“Voor het eerst in ruim 10 jaar oefenden we weer in grootschalige verbanden van zo’n 2000 tot 3000 man, tegen een gelijkwaardige tegenstander. In de samenwerking met Polen en Esten, Duitsers en Amerikanen was Nederland in the lead. Daarnaast was dit de eerste oefening met de Duits-Nederlandse tankeenheid. Ook hebben we cyberoperaties in het scenario verweven, gebaseerd op ervaringen rond de situatie in Oekraïne. Dat maakt dat de oefening bijzonder is geworden.”

Waarom is het belangrijk dat we op zo’n grootschalige manier oefenen?
“De brigade is de hoeksteen van de landmacht. Een inzet als met de Taskforce Uruzgan zouden we nog steeds moeten kunnen, vinden we. Als je die ambitie hebt, dan is het ook volkomen logisch dat je eens in de 2 jaar met een brigade vol de mat op gaat. Je kunt heel veel dingen simuleren. Denk aan processen en procedures. Maar in een field training exercise ervaar je daadwerkelijk hoe het is om met weinig slaap, met weinig eten, bij -15 en als er dingen misgaan die je van tevoren niet mis ziet gaan toch te blijven functioneren. Orde creëren in chaos, dat is eigenlijk ons werk. Dat kun je alleen als je dat met enige regelmaat doet.”

‘Het is elke stuiver dubbel en dwars waard’

Welke rol speelt het extra geld hierin?
“Aan dit soort oefeningen hangt toch een stevige prijskaart. Zo’n 600 voertuigen van Nederland naar Polen transporteren met de trein, dat kost heel wat. Maar het is elke stuiver dubbel en dwars waard. Tijdens Bison Drawsko schiepen we een klimaat waarin onze militairen fouten durfden te maken. Een free battle waarin we gewoon 2 gevechtseenheden lieten botsen en zeiden: kijk maar hoe het zich ontvouwt. Want op moeilijke momenten staan echte militaire leiders op.”

Wat zijn die waardevolle ervaringen dan?
“Een voorbeeld: de Poolse F-16’s, Sukhoi’s en onbemande vliegtuigen vlogen de ene dag voor de ene partij en de dag erop voor de andere. Luchtoverwicht is dan plots geen vanzelfsprekendheid meer. Sta je ergens zonder bovendekking, dan loop je dus risico. Dat leert niet alleen de militair van de gevechtseenheid, maar ook de chauffeur van de transporteenheid. Dat was ook het doel van deze oefening: zoveel mogelijk mensen kennis en ervaring laten opdoen. Juist daarom stuurden we een groep vaandrigs mee als bijrijder op zo’n vrachtauto, voor een goed beeld van de logistiek. Zij beseffen nu wat ze vragen van soldaten en korporaals als ze hen in zware vrachtwagens bij nacht en ontij 50 kilometer over spiegelgladde wegen laten rijden. Ik denk dat iedereen zo wel iets aan Bison Drawsko heeft.”

Wat betekent een oefening als deze voor de oefenende eenheden?
“Het is enorm motiverend voor onze soldaten om aan dit soort oefeningen deel te nemen. Het liefst gaan ze op missie, dat mag duidelijk zijn, maar dit is second best. Vijf, zes weken lang ben je alleen met je vak bezig. Heel gefocust, met je hele eenheid.”

‘Bison Drawsko is een nulmeting voor de landmacht’

Bison Drawsko legde natuurlijk ook pijnpunten bloot.
“Ik beschouw deze oefening als een nulmeting voor de landmacht. Het laat goed zien waar we nu staan en waar we nog aandacht aan moeten besteden. Optimisme is geen strategie. Tekortkomingen, daar kunnen we niet van wegkijken. Daar moeten we werk van maken. Daarvoor liggen de plannen klaar. Als we extra geld te besteden krijgen, kunnen we dat dus ook op een verstandige manier uitgeven. Ik zie het als mijn grootste verantwoordelijkheid om onze mensen klaar te maken voor welk toekomstig conflict dan ook.”

De gevechtseenheden stonden in de spotlight tijdens de oefening. Zij kregen al extra geld. Maar in logistieke en gevechtsondersteunende eenheden is nog altijd niet geïnvesteerd.
“Geleidelijk zie je ook bij de combat support en combat service support tekenen van herstel. Reserveonderdelen? We hadden elke dag opvoer vanuit Nederland. Mede omdat we eindelijk grip krijgen op SAP. De problematiek verschuift van een tekort aan reservedelen naar een gebrek aan sleutelcapaciteit. Desondanks zat de beschikbaarheid van de CV90’s continu boven de 80 procent, daar ben ik heel erg over te spreken. Je ziet hier de onderlinge afhankelijkheid heel duidelijk. Als die chauffeur zijn spullen, brandstof of munitie niet op de juiste plek krijgt, dan kunnen de gevechtseenheden niet knokken. Iedereen draagt zijn steentje bij, niet alleen degene die voorin de spannende dingen doet die de mooie plaatjes opleveren.”

Met Bison Drawsko gloort er weer hoop aan de horizon voor de landmacht?
“We hebben weliswaar een kleine krijgsmacht, maar zijn nog steeds snel en slagvaardig. Dat toont Bison Drawsko ook aan. Een oefening als deze biedt perspectief. Dit moéten we dan ook opnieuw doen. Liefst alweer in 2019. Het geeft namelijk energie, motivatie. Dat geeft in een toekomstig conflict uiteindelijk de doorslag.”

‘Dit moéten we opnieuw doen’

Tekst Ingmar Kooman
Foto sergeant Hille Hillinga

‘Optimisme is geen strategie’ | 07 | Defensiekrant

Delen...Share on Facebook12Share on LinkedIn17Tweet about this on TwitterPin on Pinterest0Share on Tumblr0Share on Google+1Digg thisEmail this to someone

Reageer hier op