Tagarchief: 17 pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene (17 PAINFBAT GFPI)

De infanterie levert op de grond een belangrijk deel van de vuurkracht om doelen uit te schakelen. Ze kunnen dit onder alle (terrein)omstandigheden, zoals natuur, of stedelijk gebied, bij dag en nacht. Dit is mogelijk dankzij gepantserde rupsvoertuigen, eigen verbindingsmiddelen en nachtzichtapparatuur.

Een belangrijk voertuig van de pantserinfanterie is het infanteriegevechtsvoertuig CV90. Dit voertuig rijdt op rupsbanden en heeft een 35mm snelvuurkanon.

Herbegrafenis eerste luitenant Havelaar van Irene Brigade

Eerste luitenant Ian Jacob Havelaar is vandaag herbegraven op de begraafplaats van Colijnsplaat, de plaats waar hij sneuvelde in de nacht van 24 op 25 november 1944. Dit gebeurde op verzoek van de familie vanwege het ruimen van het familiegraf in Rotterdam. Militairen van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene begeleidden zijn stoffelijke resten. Lees verder Herbegrafenis eerste luitenant Havelaar van Irene Brigade

Oefenen in de achtertuin

Snipers maken zich onzichtbaar in verstedelijkt gebied

Dat lakens, tie reps, elastiekjes, plakband en allerlei andere dingen uit huis, tuin en keuken mede het succes van een stalk kunnen bepalen, vatten sommige deelnemers aan het begin van Urban Sniper niet helemaal. Maar nadat sergeant-1 Mennie laat zien hoe je die attributen gebruikt om de vijand te misleiden, gaat er een wereld voor ze open. Lees verder Oefenen in de achtertuin

Boxer: taxi of vuurbasis

Omscholing zoektocht naar uiterste mogelijkheden

Dat de Boxers die momenteel bij 13 Lichte Brigade instromen niet zijn gemaakt als infanteriegevechtsvoertuig weet de landmacht wel. En ook dat de bewapening met een .50 boordmitrailleur aan de lichte kant is. Maar welke mogelijkheden heeft de zwaargewicht onder de groot wielvoertuigen bij het gemotoriseerd optreden? De eerste – net voltooide – 8 weken durende tactische omscholing mondde voor de pelotons uit in een zoektocht naar wat kan en niet kan. Lees verder Boxer: taxi of vuurbasis

Bescherming door beweeglijk optreden

Eerste gemotoriseerde compagnie van KL gecertificeerd

Militairen van 13 Lichte Brigade liggen in alle vroegte ingegraven in de omgeving van Lauwersoog, op oefenterrein Marnewaard. Hun opdracht luidt: de haven koste wat kost in handen houden. Tegenover zich vinden ze een gemotoriseerd infanteriebataljon, dat sneller nadert dan verwacht. Even na het middaguur is het raak. Een staal-op-staal-scenario ontvouwt zich. Lees verder Bescherming door beweeglijk optreden

Van ras-infanterist naar cybersoldaat

Korporaal Rob Schrouff. Al een Defensieleven lang met hart en ziel verbonden aan 17 Pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers ‘Prinses Irene’ uit Oirschot. Maar wanneer een jaar geleden zijn kapitein het Cyber-Zelfstudiepakket aanraadt, verruilt de ras-infanterist meteen zijn Colt C7 voor een laptop. Optreden in verstedelijkt gebied betekent voor hem niet meer van deur tot deur huizen uitkammen, maar firewalls omzeilen.

Wanneer de korporaal online is, blijft hij waakzaam voor de gevaren van de digitale wereld. Constant is hij alert op wie zijn gegevens kan zien en wat ermee kan gebeuren. Zou er in zijn eigen domein worden ingebroken, dan kan Schrouff met analyse- en opsporingstechnieken achterhalen wie of wat daarachter zit. Zogenoemde Cyber Forensics. Maar de 10 modules van het Cyber-Zelfstudiepakket gaan verder dan verdediging en bescherming alleen. Mocht daar een reden voor zijn, dan zou de korporaal zo op een site kunnen inbreken. “Dan kan ik bij gegevens die niet zomaar toegankelijk zijn.”

Pittig
Het moge duidelijk zijn, zonder technische voorkennis wordt het programma een flinke uitdaging. Toch is Schrouff het levende bewijs dat met de juiste attitude alles mogelijk is. Voor hij begon, had hij nog nooit een programmeercode gezien. “Iedere module begint weer vanaf 0. “Regelmatig heb ik ’s avonds een collega gebeld omdat ik muurvast zat.”

De autodidactische opzet van de cursus maakt het voor Schrouff niet makkelijker. Iedere module heeft een aantal opdrachten waar minimale uitleg aan vooraf gaat. Deelnemers moeten zelfstandig op zoek naar methoden om de module succesvol af te sluiten. Google en vakliteratuur zijn daarbij cruciaal. Schrouff laat een pagina met programmeercodes zien. Daarin staat een beveiligingsfout die de hacker-in-opleiding moet achterhalen. “Ik ken veel van de code nog niet eens, dus eerst moet ik al deze afkortingen ontcijferen.”

Kennis delen
Wat bezielt de infanterist om zijn vrije tijd te spenderen aan zo’n moeilijk, uitdagend studiepakket? “Puur persoonlijke interesse. Het internet is constant in ontwikkeling en ik denk dat cyber een steeds belangrijker domein wordt binnen Defensie. Specifiek binnen de intell-wereld, waarin ik de laatste jaren werkzaam ben. Ik denk dat cyber op korte termijn een nog grotere rol gaat spelen.”

Over 6 weken moet Schrouff het pakket hebben afgerond. Hij voelt de verantwoordelijkheid om zijn nieuw verworven kennis met zijn collega’s te delen. “Ik ben me veel bewuster geworden van bijvoorbeeld sociale media en de gevaren daarvan. Ook met het gebruik van openbare WiFi moet een militair voorzichtig zijn. Ik hoop de rest van de eenheid hierover te kunnen infomeren.”

En Schrouff zelf? Naast een fulltime baan bij Defensie, het Cyber-Zelfstudiepakket en een eigen bedrijfje, is hij ook bezig met een opleiding psychologie. Ook weer door ‘een stukje interesse’. “Bovendien helpt het mij digitale code beter te begrijpen. Er zijn 100 manieren om 1 ding te programmeren, dat is heel persoonlijk. Door de mens achter de code te snappen, kan ik zijn programmatuur ook beter doorgronden.”

‘Deelnemers van alle rangen en standen’
Een jaar geleden lanceerde het Defensie Cyber Commando het Cyber-Zelfstudiepakket. Iedere Defensiemedewerker kon en kan zich hiervoor inschrijven. Deelnemers krijgen 10 modules over cybersecurity aangeboden die ze in hun eigen tijd op hun eigen computer kunnen doorlopen. Iedere module mag maximaal 6 weken duren. 800 geïnteresseerden meldden zich tot nu toe aan, 160 van hen hebben het pakket afgerond.

Met het programma hoopt majoor Patrick Rouw, hoofd kennisverspreiding bij het Defensie Cyber Expertise Centrum, digitale bewustwording binnen Defensie te vergroten. “Mensen van alle rangen en standen – militair en burger van alle Defensieonderdelen – doen al mee. Het zou fantastisch zijn als het Cyber-Zelfstudiepakket zich ontwikkelt tot een kweekvijver voor cybertalent. Mensen ontwikkelen zichzelf en wij halen de pareltjes eruit.”

Tekst Patrick Regan
Foto Louis Meulstee

Van ras-infanterist naar cybersoldaat | 03 | Defensiekrant

Koning Willem-Alexander bezoekt landmachtbrigade

Koning Willem-Alexander bezocht gisteren de generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot. Hij liet zich uitgebreid voorlichten over de huidige situatie van 13 Lichte Brigade van de landmacht. Deze wordt momenteel gereorganiseerd van een gemechaniseerde naar een gemotoriseerde eenheid.

Koning Willem-Alexander voor een Boxer-Genie in gesprek met genisten van 13 Lichte Brigade. (Foto: Ministerie van Defensie)
Koning Willem-Alexander voor een Boxer-Genie in gesprek met genisten van 13 Lichte Brigade. (Foto: Ministerie van Defensie)

De koning ging met het gepantserde wielvoertuig de Bushmaster ook naar oefenterrein de Oirschotse Heide. Hier demonstreerde 17 Pantserinfanteriebatalon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene het oppakken van een gevaarlijk persoon. Vervolgens toonden militairen van 13 Herstelcompagnie hoe zij een defect voertuig bergen met de Leopard 2-bergingstank (Buffel).

Koning Willem-Alexander in gesprek met 2 schutters lange afstand (SLA). (Foto: Ministerie van Defensie)
Koning Willem-Alexander in gesprek met 2 schutters lange afstand (SLA). (Foto: Ministerie van Defensie)

Aansluitend maakte de koning tijdens 2 ritten over het oefenterrein kennis met de prestaties van de Buffel en de Boxer. Verder bekeek hij de nieuwe genietank Kodiak en wielvoertuigen waaronder een MB 280CDI en een Fennek.

Commandant Koninklijke Landmacht luitenant-generaal Mart de Kruif en commandant 13 Lichte Brigade brigadegeneraal Gijs van Keulen begeleidden de koning. Van Keulen gaf een briefing over de omvorming van de brigade.

25-11-2015 | Nieuwsbericht | Defensie.nl

Sniper opleiding gezocht

Sluipschutter moet bij motbrig uitgroeien tot het effectiefste wapen

Een sniper laat geen sporen achter. Een verschoten huls met een sierlijke boog de wijde wereld in slingeren, is een doodzonde. Fuselier-1 Niels pikt die les goed op. Na ieder schot trekt hij het warme koper tussen wijsvinger en duim uit de afsluiter en stopt het weg. De momenteel nog aan de gang zijnde twaalf weken durende sniper basistraining bij de Belgische landmacht tovert schutters lange afstand absoluut niet om tot allround sluipschutter. Maar het maakt ze wel beter in hun vak.

Sniperteams kunnen het gat dichten dat ontstaat na het wegbezuinigen van de CV90 pantservoertuigen bij 17 Infanteriebataljon. Op de foto bekijkt de waarnemer met een Leica afstandsmeter hoe ver een doelwit is verwijderd. Ook deze waarde is van belang bij het ‘inklikken’ van het optisch vizier op het geweer.
Sniperteams kunnen het gat dichten dat ontstaat na het wegbezuinigen van de CV90 pantservoertuigen bij 17 Infanteriebataljon. Op de foto bekijkt de waarnemer met een Leica afstandsmeter hoe ver een doelwit is verwijderd. Ook deze waarde is van belang bij het ‘inklikken’ van het optisch vizier op het geweer.

De 20 schutters van 17 Infanteriebataljon uit Oirschot komen naar de schietbanen van Kamp Elsenborn om kennis en ervaring op te doen. Maar hun gang naar de Ardennen dient ook een hoger doel. Met de omvorming van gemechaniseerd naar gemotoriseerd is er bij 13 Lichte Brigade een gat ontstaan in vooral de inlichtingenvergaring. Sniperteams kunnen dat gat perfect dichten. Alleen bezit de brigade geen snipers, maar schutters lange afstand. Het gros van deze specialisten is volleerd scherpschutter, maar bezit weinig ervaring met navigeren en opgaan in het landschap. Alleen met die kwaliteiten kunnen de mannen ongezien waarnemingen doen en in een optimale schietpositie komen.

In een logboek wordt van ieder schot de klikwaarden bijgehouden.
In een logboek wordt van ieder schot de klikwaarden bijgehouden.

Opties
Momenteel is er geen officiële scholing voor de schutters lange afstand. Daarnaar wordt naarstig gezocht. Tot die tijd moeten de mannen het doen met de twaalf weken durende opleiding, die door bemiddeling van onder anderen sergeant-1 Mike tot stand kwam. Stalken, navigeren bij dag en nacht, oriënteren, camoufleren, radioprocedures, materieel herkenning en schetsen komen aan de orde. Ook schieten de infanteristen dagelijks met het .388 Accuracy snipergeweer tot op afstanden van dik 1200 meter. Commandant SLA-groep Mike is content met wat de mannen aan leerstof aangeboden krijgen en wat Elsenborn aan mogelijkheden biedt. Beide kan ze helpen bij deelname aan toekomstige snipertrainingen of -opleidingen. “Het gemiddelde niveau ligt doorgaans zo hoog dat mannen een opstap nodig hebben om eraan te voldoen. Dit is een goed begin.”

Met de .338 Accuracy bestrijdt een sniper doelen tot op 1500 meter.
Met de .338 Accuracy bestrijdt een sniper doelen tot op 1500 meter.

“Wat we tijdens de SLA-opleiding leerden, was alleen gericht op het schieten”, begint Niels. “Hier wordt het pas tactisch. Navigeren, camoufleren, radioprocedures: telkens word je uitgedaagd tot hoger nadenken.” Niels vertelt dat de schutter lange afstand tot voor kort deel uitmaakte van het reguliere infanterie-optreden op pelonsniveau. Mede door de aanwezigheid van zware bewapening en krachtige sensoren (CV90) werd er weinig beroep op zijn specifieke vaardigheden gedaan. Met de overgang naar ‘gemotoriseerd’ gaat dat veranderen. Mike “Uiteindelijk moet de sniper uitgroeien tot een van de effectiefste wapen van de brigade. De kiem daarvoor wordt tijdens deze twaalf weken gelegd.”

Tekst Andre Twigt
Foto Sergeant-1 Joyce Rutjes

Sniperopleiding gezocht | 05 | Defensiekrant

“Ik hoop beleefder en geduldiger terug te komen”

CDC-majoor vrijwilliger in natuurreservaat Golan

rubriek_opuitzendingIn deze rubriek komt een militair of burger van het Commando DienstenCentra aan het woord die naar het buitenland is of was uitgezonden, of daarvoor op de nominatie staat. Dit keer majoor Frank Lafeber, senior medewerker Materieel en Logistiek van de Divisie Facilitair & Logistiek. Hij is sinds maart als vrijwilliger op de Golanhoogten in het roerige Midden-Oosten geplaatst. Na Bosnië (1993), Macedonië (2000) en Soedan (2007) zijn vierde missie.

Waarom wilde u naar specifiek deze missie?
“Ik ben nog nooit in het Midden-Oosten geweest. Het is een nieuwe uitdaging in een onbekende omgeving met een andere cultuur.”

Hoe hebt u zich voorbereid?
“Voor dit soort missies stelt Bureau Individuele Uitzendingen (BIU) een opleiding samen. Daarin komen onder meer landen- en cultuurinformatie aan bod, een opfriscursus Zelfhulp- en Kameradenhulp (ZHKH) en het gebruik van een aanvullende geneeskundige uitrusting. Heel zinvol allemaal. In de korte tijd voor mijn vertrek moest thuis ook het een en ander gebeuren. Doordat ik 2 weken eerder dan gepland wegging, kwam dat niet helemaal uit de verf. Ook op mijn werk moest ik zaken overdragen, wat door dat eerdere vertrek eveneens niet liep zoals ik in gedachten had en zou moeten.”

De mijnenvelden op de scheidslijn tussen Israël en Syrië zijn natuurreservaten geworden waarin zeldzame en schuwe dieren rondscharrelen.
De mijnenvelden op de scheidslijn tussen Israël en Syrië zijn natuurreservaten geworden waarin zeldzame en schuwe dieren rondscharrelen.

“Soms vliegt een granaat of kogel over de scheidslijn waaraan wij zitten”

Wat voor werk doet u op de Golanhoogten?
“Mijn functie is liaison officier. Dit houdt in dat ik voor de Verenigde Naties het aanspreekpunt ben voor het Israëlisch leger (IDF) en omgekeerd. Een voorbeeld: wanneer de VN een route mijnenvrij wil maken, leg ik de vraag neer bij mijn tegenpool van het Israëlisch leger en begeleid de operatie.

Verder fungeer ik als brievenbus. Israël en Syrië praten namelijk alleen via de Verenigde Naties met elkaar. Zien de Israëliërs een Syrisch wapensysteem, raketten bijvoorbeeld, op zich gericht, dan geven ze dat aan mij door om de boel niet te laten escaleren. Vervolgens stuur ik de boodschap naar mijn VN-collega in de Syrische hoofdstad Damascus. Het leger van dat land heeft dan de kans om het wapensysteem bij te draaien of weg te halen.

Tot slot begeleid ik VN-militairen die het hek passeren dat de Israëliërs op de grens met Syrië hebben gebouwd. De coördinatie daarvan gaat met veel administratieve rompslomp gepaard.”

Welke gevaren kleven er aan uw missie?
“Sinds de Syriërs onderling vechten, willen ze nog weleens – al dan niet per ongeluk – richting Israel schieten. Daardoor vliegt soms een granaat of kogel over de scheidslijn waaraan wij zitten. Een poos geleden kwam een granaat in ons kamp terecht en belandde één van onze artsen zelf op de operatietafel…. Kortom, er gaat soms wat mis. Tot op heden zijn er echter nog geen tegen de VN gerichte aanvallen of andere acties geweest. Maar met Islamitische Staat (IS) in Syrië weet je het nooit.”

Wat is het interessantste dat u tot nu toe hebt meegemaakt?
“Dat de mijnenvelden die langs de scheidslijn tussen Israël en Syrië liggen, natuurreservaten zijn geworden waarin zeldzame of schuwe dieren rondlopen. Dit komt omdat daar vanzelfsprekend nooit mensen komen.”

Ierse VN-militairen maken op de berg Hermon, op de grens tussen Israël, Syrië en Libanon, een weg mijnenvrij. Met een hoogte van 2814 meter is Hermon de hoogste berg in zowel Israël als Syrië.
Ierse VN-militairen maken op de berg Hermon, op de grens tussen Israël, Syrië en Libanon, een weg mijnenvrij. Met een hoogte van 2814 meter is Hermon de hoogste berg in zowel Israël als Syrië.

“Er zijn nog geen tegen de VN gerichte aanvallen of andere acties geweest”

In hoeverre kunt u de ervaringen uit uw eerdere missies op de Golanhoogten gebruiken?
“Ik put uit elke missie veel motivatie om ervoor te zorgen dat de materieel-logistieke zaken waarvoor ik normaliter bij het CDC verantwoordelijk ben, soepel lopen. Tijdens een uitzending leer je namelijk weer eens hoe belangrijk het is dat alles thuis op het werk goed geregeld is. Het is ook interessant om met andere nationaliteiten en culturen om te gaan. Je komt er achter dat Nederlanders over het algemeen ontzettend lomp en bot zijn, maar ook reuze productief en duidelijk. Buitenlanders zien Nederlanders meestal graag komen. Ik hoop een beetje beleefder en geduldiger terug te komen.”

Wanneer gaat u terug naar Nederland?
“Als het goed is keer ik eind september in mijn CDC-functie terug. Mijn collega’s hebben mijn werk er zo’n 8 maanden bij moeten doen. Sorry en dank.”

Weer aan de slag in het rustige Nederland. Dat is wennen na zo’n lange tijd in kruitvat het Midden-Oosten.
“Ach, na elke missie moet je thuis en op het werk ‘bijtrekken’. Ook leer je ons land ondanks die 100.000 regeltjes weer waarderen. Alles is zo goed geregeld.”

Tekst Jack Oosthoek
Foto Archief Frank Lafeber

“Ik hoop beleefder en geduldiger terug te komen” | Pijler

Bericht uit La Courtine, een reis door de tijd

Landmachteenheid terug op historisch Frans oefenterrein

def_lm-kaartje-frankrijk-la-courtine17 Pantserinfanteriebataljon oefent op historisch terrein.
Avenue de la Gare ligt er zelfs voor het slaperige plaatsje La Courtine verlaten bij. Hotel du Commerce, de coiffeur (kapper) en café Le Bouch a Oreille zijn zo te zien al langer dicht. In het station zelf zit nu een boucherie, een slager. “Mais oui, les Neerlandais…” Met een meewarige blik, op z’n Frans schouderophalend en puffend spreekt Bernard Roubeix de woorden uit. “Ze zijn weer terug.”

lckazerne

Begin jaren ‘60 moet het in La Courtine en omgeving flink hebben gebruist door de aanwezigheid van tienduizenden Nederlandse militairen. Vijf jaar lang trok vanaf de lente tot de herfst een bonte stoet van Oirschot over de Route National naar het oefenterrein. In 1963 zo kolderiek bezongen door Rijk de Gooijer met zijn “Brief uit La Courtine”. Voor de liefhebber: naar het plaatsje is ook een oerhollandse tulp vernoemd, zo beroemd was de gemeente destijds.

Na decennia van afwezigheid zijn in april de Nederlandse militairen plots terug in La Courtine. 17 Pantserinfanteriebataljon komt op het Franse oefenterrein de Boxer testen. De terugkeer van Nederlandse militairen is groot nieuws in de streek.
“We werken steeds intensiever samen met de Belgische en Franse landmacht”, legt luitenant-kolonel Nico Boom van het 17de bataljon de aanwezigheid van dik 550 militairen uit. “Het is dus logisch dat we niet alleen van elkaars kennis gebruik maken, maar ook de oefenmogelijkheden benutten.”

Gastvrouw Pepette en chef Alain Gourgues voor hun hotel-restaurant en daarnaast een foto uit begin jaren ‘60.
Gastvrouw Pepette en chef Alain Gourgues voor hun hotel-restaurant en daarnaast een foto uit begin jaren ‘60.

Goed
Van 1959 tot 1964 gebeurde dat dus met de regelmaat van de klok. Het NPO-programma Andere Tijden besteedde er in 2001 een uitzending aan. Nederland was in die jaren tijdelijk aangewezen op Franse oefenterreinen – ook Mourmelon en Mailly – omdat het toenmalige West-Duitse leger in opbouw was en de Noord-Duitse laagvlakte gebruikte. “Ook nu is het voor ons goed eens op andere grond te oefenen dan we gewend zijn”, meent overste Boom.

Uit het gastenboek van Au Petit Breuil in La Courtine. Bertus Walda is als enige nog in dienst bij de marechaussee. De adjudant gaat deze week met pensioen.
Uit het gastenboek van Au Petit Breuil in La Courtine. Bertus Walda is als enige nog in dienst bij de marechaussee. De adjudant gaat deze week met pensioen.

In hotel Au Petit Breuil ging nog net de vlag niet uit toen het gerucht rondging dat de Nederlanders terugkomen naar La Courtine. ‘Pepette’ Gourges kent de verhalen alleen uit de overlevering. “Er komen sporadisch Nederlanders langs”, zegt ze, met een gastenboek onder de arm. Daarin staan talrijke namen van oud-dienstplichtigen die na jaren nog eens terugkeerden. Dat stokt zo rond 2005. “Nee, veel aanloop hebben we niet meer”, vertelt ook de man van het Frans-Nederlandse museum, Thierry Achard. “Geweldig dat we nu weer een jongere generatie mogen ontvangen. Ze kijken hier hun ogen uit over wat er toen allemaal is gebeurd.”

Stokbrood in het veld, toen en nu.
Stokbrood in het veld, toen en nu.

Lied
Het museum biedt een aardige terugblik van wat de Nederlandse aanwezigheid heeft betekend voor La Courtine. De huidige generatie militairen had er geen idee van en ook dat liedje van Rijk de Gooijer was ze geheel vreemd. “Maar die eerste regels en dat deuntje zit er nu wel goed in,” zegt sergeant Teun van Sliedregt lachend, “want dat werd meteen na vertrek uit Oirschot opgezet.”

Adjudant Fred Dijkhuizen.
Adjudant Fred Dijkhuizen.

Onder de militairen is een enkeling te vinden die eerder op het Franse oefenterrein is geweest, want kleinere groepen – zoals van 12 Infanteriebataljon – reisden in de jaren ‘90 nog wel eens af. Niet zoals nu en in de jaren ’60 met volgeladen treinen. Adjudant Fred Dijkhuizen heeft ondanks dat hij er voor de eerste keer is, een bijzondere binding met La Courtine. De vader van de geboren Hagenees, inmiddels 75 jaar oud, verbleef in 1963 in het Franse plaatsje. “Daar vertelde hij prachtige verhalen over. Dat ze gewoon met een witte vlag door de linies reden en dan lekker eieren stonden te bakken, terwijl de anderen in hun schuttersputje gevechtsrantsoenen aten.”
En dan komt de aap uit de mouw. “En ik ben van 1964, precies 9 maanden nadat hij van de oefening terugkeerde”, zegt hij schaterend.

De Nederlandse voertuigen werden in de jaren ‘60 ontladen in het station van La Courtine
De Nederlandse voertuigen werden in de jaren ‘60 ontladen in het station van La Courtine

Selfie
Deugnieten, zou men in die tijd zeggen. “Dat waren de Nederlanders zeker”, knipoogt de 85-jarige mevrouw Monique Lemmut. Ze schudt het goed onderhouden hoofd als haar wordt gevraagd of ze denkt dat de tijden van weleer terugkomen. “Het was een heel mooie tijd, ik heb er heel goede herinneringen aan, maar dat is voorbij”, vertelt de oud-eigenaresse van de plaatselijke bistro. “Spiegelei met brood, dat wilden ze allemaal als ze bij ons kwamen, dat is het enige Nederlands dat ik nog ken. En ze dronken allemaal zoete witte wijn, dat was niet aan te slepen.”

Die tijden van “Brief uit La Courtine”, met die befaamde openingszin “Beste ouders, lieve Ine” komt niet weer. Divisies of Legerkorpsen zijn verleden tijd, de dienstplicht opgeschort. En brieven schrijven is al helemaal niet van deze tijd. Een selfie op Instragram of een appje naar pa of ma, daar houden de militairen van nu het maar bij. Benieuwd of de schrijver van het beroemde liedje er nu nog wat mee zou kunnen.

lckruising
Tekst Evert Brouwer
Foto sergeant Sjoerd Hilchmann en archief NIMH

Bericht uit La Courtine, een reis door de tijd | Defensiekrant

 

Frans oefengebied La Courtine kleurt weer even oranje

Voor het eerst in lange tijd hebben Nederlandse landmachtmilitairen gebruik gemaakt van de beroemde Franse oefenplaats La Courtine. Meer dan 500 militairen van 13 Lichte Brigade uit Oirschot trainden de afgelopen 2 weken in het ruwe terrein. Menig dienstplichtige heeft al dan niet dierbare herinneringen aan het gebied.

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

In de jaren 1959-1964 trokken grote Nederlandse eenheden naar het centrum van Frankrijk om daar 3 maanden te oefenen. Tot 1970 gingen nog kleinere eenheden naar de omgeving van La Courtine in midden-Frankrijk. Ook in de jaren ’90 van de vorige eeuw gebeurde dat een enkele keer.

Boxer
De intocht van ‘Les Néerlandais’ trok veel aandacht in het nog geen 1.000 inwoners tellende dorp. In het nabije Ussel kwamen de pantservoertuigen na een lange rit per trein aan. Daarbij waren de nieuwe pantserwielvoertuigen Boxer en Bushmaster. De rupsvoertuigen gingen verder op een dieplader. De imposante Boxer – 40 ton gepantserd staal – reed onder begeleiding van Franse gendarmerie door de straten van La Courtine.

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

Attaché
De commandant van het district, kolonel Guillaume Ponchin en de regionaal commandant luitenant-kolonel Jean Pierre Ancelet toonden bijzondere belangstelling voor de Nederlandse troepen en hun materieel. Tijdens hun bezoek was ook de Nederlandse Defensieattaché in Parijs, kolonel Jan Blacquière aanwezig.

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

Samenwerking
De terugkeer naar Frankrijk blijft vrijwel zeker niet tot 1 keer beperkt. 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene versterkt de komende tijd de samenwerking met het 92e Regiment Infanterie van de Franse Armee de Terre (landmacht) in Clermont-Ferrand.

30-04-2015 | Nieuwsbericht | Defensie.nl