Tagarchief: Joint Logistic Support Ship (JSS)

Duitse special forces oefenen antiterreur vanaf Doorman

Duitse special forces hebben de afgelopen 3 weken Zr. Ms. Karel Doorman gebruikt als uitvalsbasis voor een anti-terreuroefening. Het Joint logistic Support Ship (JSS) had daarvoor 3 helikopters, 200 militairen en het bijbehorende materieel aan boord. Lees verder Duitse special forces oefenen antiterreur vanaf Doorman

Hoofdmotoren weer terug in Zr. Ms. Karel Doorman

Het logistiek ondersteuningsschip Zr. Ms. Karel Doorman heeft weer 2 hoofdmotoren. Vanochtend is de 85.000 kilo wegende stuurboordhoofdmotor (rechts) aan boord gebracht. In december was het bakboordexemplaar al geleverd. Maart vorig jaar raakte 1 van de 2 hoofdelektromotoren ernstig beschadigd tijdens een vaartocht. Lees verder Hoofdmotoren weer terug in Zr. Ms. Karel Doorman

Nieuwe Karel Doorman voor het eerst in thuishaven

Zwaaiend met hun witte pet ‘joelden’ adelborsten vandaag in Den Helder het nieuwe bevoorradingsschip Karel Doorman binnen. Het Joint Support Ship legde voor het eerst aan in de thuishaven.

 

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

Het werk van de bijna 205 meter lange Karel Doorman is het bevoorraden van varende schepen. Daarnaast is het JSS inzetbaar voor strategisch zeetransport en logistieke ondersteuning vanaf zee. Tijdens dit zogenoemde seabasing is het schip thuisbasis voor troepen op het land.

 

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

Unieke capaciteiten
De Karel Doorman heeft een transportdek, medische faciliteiten, eigen laad- en losfaciliteiten en een helikopterdek met 2 landingsplekken voor verschillende typen helikopters. Met zijn unieke capaciteiten is de JSS ook van toegevoegde waarde voor de NAVO en EU.

Visitekaartje
“Een van de visitekaartjes van Nederland”, zo noemde minister Jeanine Hennis-Plasschaert het JSS toen zij de Doorman op 8 maart in Vlissingen doopte. “Met dit schip kunnen we verder vorm geven aan die voor ons zo belangrijke internationale samenwerking en aan het vergroten van ons militaire handelingsvermogen. Feit is dat er op dit moment geen schip in de wereld is zoals de Karel Doorman”, aldus Hennis.

 

Foto: Ministerie van Defensie
Foto: Ministerie van Defensie

Officiële naam
De eerste taak van de Doorman zit erop. Afgelopen week voorzag het Zr. Ms. Tromp op zee van brandstof. Het JSS wordt volgend jaar officieel toegevoegd aan de marinevloot. Dan krijgt het ook Zijner Majesteits voor zijn naam.

01-07-2014 | Nieuwsbericht | Defensie.nl.

Notaoverleg Defensie vooral in het teken van de F-35

F-35. Foto- Lockheed MartinDe F-35 volgt vanaf 2019 de F-16 op als gevechtsvliegtuig van de Nederlandse krijgsmacht. In de Vaste Commissie voor Defensie tekende zich gisteravond laat een meerderheid voor de aanschaf van tenminste 37 toestellen af. Het ruim 13 uur durende debat met de bewindslieden Dijsselbloem, Kamp en Hennis-Plasschaert over de toekomstplannen voor de krijgsmacht ging vooral over de F-35. Het debat bood coalitiepartij PvdA voldoende garanties om zich, naast de VVD, CDA, ChristenUnie en SGP, te laten overtuigen.

Minister Hennis maakte het kabinetsbesluit voor de F-35 onlangs bekend in de nota ‘In het belang van Nederland’. “Met de keuze voor de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. Het toestel beidt in militair- operationeel perspectief de meeste opties.” Maar voor een definitief besluit is een Kamermeerderheid nodig. Die tekende zich gisteravond laat af. “Dit is een mooie dag voor de luchtmacht, voor de krijgsmacht en voor Nederland”, zo zei Hennis aan het einde van het debat. “Eindelijk duidelijkheid voor het personeel van Defensie, duidelijkheid voor onze internationale partners.”

Speciale vertegenwoordiger

Minister Henk Kamp van Economische Zaken maakte bekend dat het kabinet een speciale vertegenwoordiger voor het bedrijfsleven aanstelt. Deze gaat de Nederlandse industrie helpen bij het verwerven van opdrachten in het project. Volgens Kamp kan Nederland tijdens de productie van het toestel tot 2045 voor € 8 miljard tot € 10 miljard aan opdrachten binnenhalen.

Ontwikkelingsprijs

De risico’s zijn volgens minister Hennis te overzien. Ze is er van overtuigd dat binnen het budget van € 4,5 miljard alle 37 toestellen kunnen worden gekocht. “We hanteren een risicoreservering van 10% en de aanschafprijs van de toestellen gaat de komende jaren naar onze verwachting  nog omlaag.” Vliegtuigbouwer Lockheed-Martin levert in 2019 het eerste Nederlandse toestel, het laatste 5 jaar later.

Van Ghentkazerne

Behalve de F-35 kwamen ook het Joint Support Ship Karel Doorman, het voortbestaan van 45 Pantserinfanteriebataljon en het openblijven van de kazerne in Assen ter sprake. Een aantal fracties heeft de minister ook gevraagd naar mogelijkheden te kijken om de Van Ghentkazerne in Rotterdam open te houden. “Ik ben daarover in gesprek met de gemeente”, liet Hennis weten.

De Kamer gaf aan tijdens de begrotingsbehandeling van komende week nog verder te willen spreken over een aantal andere onderwerpen uit de Nota. Na de begrotingsbehandeling stemt de Kamer over de ingediende moties.

7 november 2013 | Ministerie van Defensie.

Minister draait deel pijnlijke maatregelen terug

MINDEF

De Johan Willem Frisokazerne sluit niet, 45 Pantserinfanteriebataljon blijft behouden en het Joint Support Ship komt daadwerkelijk in dienst. Dat zijn enkele van de voorstellen die minister Hennis-Plasschaert vandaag doet in een brief aan de Tweede Kamer. De aanpassingen zijn mogelijk door een extra impuls van € 115 miljoen uit het akkoord tussen de regering en een aantal oppositiepartijen.

Extra geld vrij voor Defensie

In de aanvullende brief op de nota ‘In het belang van Nederland’ schetst minister Hennis de gevolgen van de afspraken die het kabinet heeft gemaakt met Christen Unie, SGP en D66. “Deze bevatten voor ons goed nieuws. Daarvoor ben ik dankbaar. Voor het eerst sinds lange tijd komt extra geld vrij voor Defensie”. Bij het begrotingsakkoord stond naast de politieke wens voor het behoud van regionale werkgelegenheid, het behoud van operationele capaciteiten en personeel voorop. “De begrotingsafspraken doen niet af aan de analyse en richtinggevende keuzes uit de nota ‘In het belang van Nederland. De extra middelen stellen mij wel in staat een aantal pijnlijke maatregelen te verzachten of terug te draaien”, zegt Hennis.

Regionale werkgelegenheid

Met het behoud van Assen en 45 Pantserinfanteriebataljon wordt een van de zwaarste ingrepen in de operationele capaciteit van de krijgsmacht teruggedraaid. Ook komt dit de regionale werkgelegenheid ten goede. 45 Pantserinfanteriebataljon verhuist wel van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte, waardoor in Ermelo het zwaartepunt komt te liggen op opleidingen en geneeskundige eenheden terwijl in Havelte het grootste gedeelte van 43 Gemechaniseerde Brigade wordt geconcentreerd.

Gemotoriseerd

13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot wordt een gemotoriseerde brigade. Hierdoor bestaat de kern van de Koninklijke landmacht straks uit 3 capaciteiten. Daarmee kan in alle inzetscenario’s een bijdrage worden geleverd: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade.

Simulator

Ook wordt de komende jaren extra geïnvesteerd in een simulator voor de Chinook-helikopter. Dit heeft direct en blijvend effect op de operationele beschikbaarheid van de CH-47. De maatregel om Vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een Main Operating Base naar een kleinere Deployable Operating Base komt te vervallen.

Karel Doorman

De Karel Doorman, het Joint Support Ship (JSS), komt toch in de vaart, in eerste instantie als bevoorradingsschip. Er blijkt internationale belangstelling te bestaan voor medegebruik van het schip. In Europees en NAVO-verband is er een tekort aan ondersteuningsschepen. Minister Hennis onderzoekt de mogelijkheid de Karel Doorman met andere landen te gebruiken. Het huidige bevoorradingsschip, Zr. Ms. Amsterdam, gaat na indienststelling van het JSS uit de vaart.

Minder banen weg

Door alle heroverwegingen neemt het eerder voorziene verlies van 2.400 arbeidsplaatsen af tot 1.000. De exacte personele gevolgen worden momenteel uitgewerkt.

De belangrijkste gevolgen op een rijtje:

De Johan Willem Frisokazerne in Assen blijft open. 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel en de andere daar gevestigde eenheden verhuizen niet.

45 Pantserinfanteriebataljon verhuist van Ermelo naar Havelte. In Ermelo vullen het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen en de Koninklijke Militaire School de vrijgekomen ruimte.

13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot gaat verder als 13 Gemotoriseerde Brigade. Een combinatie van andere wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz, Fennek en Boxer) vervangt de CV90. De helft van deze CV90´s (44) wordt afgestoten. De andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen. Dit levert een aanzienlijke structurele besparing op.

De opzet van 3 verschillende brigades – 1 gemechaniseerde, 1 gemotoriseerde en 1 luchtmobiel – biedt meer mogelijkheden voor samenwerking met België en Duitsland. De motorisering van een luchtmobiele bataljon is door deze aanpassing niet meer noodzakelijk.

De maatregel om de Vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van een Main Operating Base naar een kleinere Deployable Operating Base vervalt. Dit heeft ook een positief effect op de werkgelegenheid ter plekke en in de regio.

Een simulator voor de Chinook-helikopter komt in gebruik om personeel op te leiden en gekwalificeerd te houden. Deze investering heeft een direct en structureel effect op de operationele beschikbaarheid van de Chinook. Dit komt ook de getraindheid en inzetbaarheid van andere eenheden ten goede.

Het Joint Support Ship komt vooralsnog in dienst als bevoorrader en met een gereduceerde bemanning. Het huidige bevoorradingsschip Zr. Ms. Amsterdam gaat uit dienst en wordt afgestoten.

De marinierscompagnie op Aruba blijft.

Het eerder voorziene verlies aan arbeidsplaatsen neemt met ongeveer 1.400 af, van 2.400 naar 1.000. Hoeveel medewerkers hierdoor extern bemiddeld moeten worden, is nog niet duidelijk maar de minister verwacht dat dit aanzienlijk minder is dan eerst gedacht.

Verwijzingen

Aanvulling op de nota ‘In het belang van Nederland’

25 oktober 2013 | Ministerie van Defensie.

Hoogste punt casco Joint Support Ship bereikt

Koninklijke MarineVanmiddag is bij Damen Shipyard Galati (DSGa) in Roemenië het laatste sectiedeel van het Joint Support Ship Karel Doorman geplaatst. Hiermee is tevens het hoogste punt van het schip bereikt. Zeven dagen eerder dan gepland is de vlag ten top ‘gehesen’ om dit bijzondere moment niet onopgemerkt voorbij te laten gaan.

Hoogste punt casco Joint Support Ship bereikt

Medio juli dit jaar is de (casco-) bouw van het schip gereed en is ook al een begin gemaakt met de zogenaamde inbedrijfstelling van diverse grotere systemen. In die periode zullen ook de eerste bemanningsleden zich in Roemenië melden. In de periode medio juli/augustus 2013 wordt het schip naar Vlissingen gesleept om daar te worden afgebouwd en verder in bedrijf te worden gesteld. Daarna start de platformproeftocht van circa 3 weken. In juni 2014 wordt het schip vervolgens opgeleverd aan de Defensie Materieel Organisatie.

via Koninklijke Marine.

Uniek stukje werk van het Marinebedrijf op transport

Koninklijke MarineOndanks de kou is vanmorgen de vierde van de in totaal vijf op te leveren geïntegreerde mastmodules succesvol op transport naar Hengelo gegaan. Het Marinebedrijf produceert samen met de firma Thales deze geavanceerde masten. De productie is een innovatief project. Er is gebruik gemaakt van vernieuwende technologische ontwikkeling. De vierde mast, bestemd voor het Joint Support Ship (JSS) Karel Doorman, is aan de kade van het Marinebedrijf in het transportframe gekanteld en in een binnenvaartschip geplaatst voor transport naar Thales. Hier wordt de mast verder afgebouwd en getest. In januari 2014 wordt de mast op de JSS geplaatst.

Uniek stukje werk van het Marinebedrijf op transportIn totaal worden vijf masten opgeleverd. Vier voor Patrouilleschepen van de Hollandklasse (Holland, Zeeland, Groningen en Friesland) en een voor het JSS.

via Koninklijke Marine.

Viceadmiraal Matthieu Borsboom: ‘Materieel is te koop, kennis en kunde niet’

Op het gebied van piraterijbestrijding, laag in het geweldsspectrum gelegen taken en nieuwe innovatieve schepen zien we positieve ontwikkelingen bij de Koninklijke Marine. Toch moet het krijgsmachtdeel reorganiseren. Viceadmiraal Matthieu Borsboom, Commandant Zeestrijdkrachten: “We bevinden ons in zwaar weer, maar een commandant verlaat zijn schip niet tijdens de storm.”

door: Jan Spoelstra

vrijdag 28 december 2012

De in 2005 geschreven Marinestudie fungeerde de afgelopen jaren als leidraad voor de koers die de Koninklijke Marine vaart. Deze heroriëntatie, die de marine zelf schreef in een tijd dat het krijgsmachtdeel nog niet hoefde te bezuinigen, geeft antwoord op de vraag wat de marine doet, en met wat voor materieel ze haar taken uitvoert. “Het bleek dat onze vloot gericht was op taken hoog in het geweldsspectrum met materieel dat in staat is onderzeeboten op te sporen, dreiging van vliegtuigen te elimineren en schepen die de strijd met oppervlakteschepen aan konden gaan”, begint viceadmiraal Matthieu Borsboom, Commandant Zeestrijdkrachten. “De marine moet die taken zeker kunnen blijven uitvoeren, maar wij zagen dat onze missies zich meer en meer gingen richten op taken lager in het geweldsspectrum.”
Borsboom, die zelf meeschreef aan de Marinestudie, vertelt met enige trots over de voorspellende waarde van het document: “Er was toen nog geen sprake van piraterij in de Golf van Aden in de mate waarin we dat nu zien, maar we hielden al wel rekening met deze nieuwe taken.” Daarnaast gaat de marine in het Caribisch gebied het gevecht aan met drugs, wapensmokkel en mensenhandel en voert ze ook kustwachttaken uit. Tegen de achtergrond van dit takenpakket besloot de marine vier Oceangoing Patrol Vessels (OPV’s) te laten bouwen, waarvan de ‘Hr. Ms. Holland’ volgende zomer op missie gaat en onlangs de KNVTS Schip van het Jaarprijs won. “Deze schepen zijn volledig ontworpen om met een kleine bemanning tegen lage kosten permanent taken lager in het geweldsspectrum uit te voeren”, licht Borsboom toe. De OPV’s hebben daarom een goed kanon en goede mitrailleurs, allemaal volledig geautomatiseerd, maar geen detectiecapaciteit onder water, geen torpedo’s, geen langeafstandsraketten en raketafweersysteem.
Voor het efficiënt ontwerpen van een schip betaal je echter volgens Borsboom wel een prijs. Dat illustreert een van de Nederlandse mijnenjagers die voor de kust van Libië actief was. Zo’n schip heeft zelf beperkte bewapening om zich te verdedigen en heeft dus altijd een babysitter nodig als het op missie is. Borsboom: “Dat toont aan dat je altijd zwaarder bewapende fregatten nodig hebt. Een OPV die toevallig in de buurt is, zal niet veel kunnen bijdragen tijdens zo’n conflict. Het is niet altijd efficiënt om lager in het geweldsspectrum gelegen taken met een fregat aan te pakken maar met een dergelijke oorlogsbodem kan je juist wel sneller schakelen.”

Kijkt u uit naar de ingebruikstelling van het Joint Support Ship, de ‘Karel Doorman’?
“Momenteel ligt het schip in aanbouw in Roemenië, het is al helemaal in elkaar gelast en Damen Schelde Naval Shipyards zal het in Vlissingen afbouwen. Over ongeveer twee jaar is het schip operationeel, maar we kunnen niet wachten tot het in de vaart komt. Momenteel hebben we één bevoorradingsschip, nadat ‘Hr. Ms. Zuiderkruis’ in december 2011 uit dienst werd gesteld. Zoals elke defensie-expert je zal vertellen: één is geen. Momenteel is ons bevoorradingsschip ‘Hr. Ms. Amsterdam’ in onderhoud. We hebben nu geen bevoorrader beschikbaar als er op de knop gedrukt wordt.”

Kunt u die krapte niet oplossen door samen te werken met bevriende naties?
“Soms wel, maar vaak ook niet. Dezelfde ontwikkeling van inkrimpen van de marinevloot vindt ook in de landen om ons heen plaats. Iedereen heeft daar last van. Een goed voorbeeld van die tekorten, maar ook van de Europese samenwerking, beleefden we twee jaar geleden een week voor de kerst. Het bevoorradingschip Hr. Ms. Amsterdam voer toen door de Straat van Gibraltar, terug naar huis van een antipiraterijmissie. Iedereen zou 24 december thuis zijn, maar vanwege een hulpvraag van Frankrijk liep dat anders. Nadat in november 2010 na de verkiezingen in Ivoorkust onrust uitbrak, was het Franse schip ‘Tonnerre’ voor de kust van het West-Afrikaanse land ingezet om burgers te evacueren. Het schip moest echter olie laden en er was geen Franse tanker beschikbaar. Ons bevoorradingsschip en onze mensen zijn toen te hulp geschoten. Ze moesten kerst thuis missen en waren pas een maand later thuis.”

Stel: de crisis zou voorbij trekken, de budgetten voor Defensie groeien. Waar zou u dan als eerste in investeren?
“Als ik er nu een euro bij zou krijgen, dan investeer ik die in de mensen die bij de Koninklijke Marine werken. Spullen en schepen kun je kopen en verkopen, maar de kennis en kunde die in de hoofden van ons personeel zit, is onvervangbaar. Toch leven we in een tijd dat we moeten reorganiseren. We moeten helaas gedwongen mensen laten gaan. De uitdaging is nu om boven de kritische grens te blijven, zodat kennis en kunde op het operationele vlak behouden blijft.

Nederland had ooit meer dan dertig mijnenjagers, dat zijn er nu zes. We hebben zes fregatten, vier onderzeeboten, straks vier OPV’s operationeel, twee amfibische transportschepen en als het JSS af is, gaat Hr. Ms. Amsterdam uit dienst en hebben we maar één bevoorradingsschip. Om die verschillende typen schepen operationeel te houden, zou ik elke euro extra die ik tot mijn beschikking krijg in kennis en kunde – in ons personeel – investeren.”

U moet de Koninklijke Marine reorganiseren en helaas mensen ontslaan. Toch zie ik op tv wervingcommercials over werken bij Defensie. Hoe zit dat?
“De Koninklijke Marine is een gesloten personeelsorganisatie als het gaat om kennis en kunde. Als ik een nieuwe onderzeebootcommandant nodig heb, dan kan ik geen beroep doen op de burgermaatschappij. Mensen moeten zeemijlen gemaakt hebben om de ervaring op te doen. Slechts weinigen kunnen de veeleisende baan van commandant op een marineschip of andere moeilijke banen binnen de marine aan. Om deze mensen halverwege hun loopbaan, op een leeftijd dat al veel mensen in de burgermaatschappij een andere carrière hebben gekozen, te kunnen selecteren heb ik jaarlijks duizend instromers nodig. Ondanks de huidige noodzaak tot reorganisatie.
We moeten de meeste mensen aan de onderkant binnenhalen. Gedurende de jaren is er een natuurlijk verloop. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat het salarisvolume niet groeit, zodat we wel operationeel kunnen blijven. Kijk naar Zuid-Europa, waar onder invloed van vakbonden, wetten en regels de overheid haar personeel niet mag ontslaan, waardoor de mensen weliswaar doorbetaald worden, maar geen werk te doen hebben. Dat stemt ook niemand gelukkig.”

Halverwege het interview staat Matthieu Borsboom op om een zojuist op een kier gesprongen deur in de fraaie zitkamer te sluiten, “het is een oud gebouw”. We spreken Borsboom in Het Paleis, ook wel het Commandementsgebouw genoemd. Het uit 1824 stammende gebouw ligt naast het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Van oudsher heeft de marine te maken met de bescherming van koopvaardijschepen tegen allerlei dreigingen, waaronder piraterij. In het gebouw hangen portretten van grote zeehelden uit 525 jaar marinegeschiedenis die toen al tegen piraten streden. Teruglopend naar zijn stoel zet Borsboom uiteen in welke verbanden de marine nu een bijdrage levert aan piraterijbestrijding.
Ondanks soms kritische geluiden van reders over de beschikbaarheid en flexibiliteit van Vessel Protection Detachments (VPD’s, mariniers aan boord van koopvaardijschepen) is Nederland baanbrekend in de aanpak van piraterij via deze samengestelde teams van vlootmedewerkers en mariniers. Daarnaast doet Nederland in alle verbanden mee met antipiraterijmissies. Momenteel ligt het amfibische transportschip Hr. Ms. Rotterdam in de Indische Oceaan. Het schip doet mee aan de NATO-missie Ocean Shield, waarbij het schip regelmatig vlak voor de kust patrouilleert als uitvalsbasis voor landingsvaartuigen. Deze zijn voor de missie ingericht als observatiepost. Mariniers bivakkeren soms vijf dagen lang aan boord van zo’n klein vaartuig, koken hun eigen potje en houden de kustlijn in de gaten op verdachte bewegingen van potentiële piraten. Verder is het schip uitgerust met onbemande vliegtuigjes (scan eagles) en twee helikopters. Het betreft een vervolg van de missie van commandeur Ben Bekkering in 2010 met de ‘Hr. Ms. Johan de Witt’. Hij is nu weer commandant van de missie.
Naast Ocean Shield levert Nederland ook zijn bijdrage aan EU-missie Atalanta (diverse schepen en twee keer de commandant) en aan het Amerikaanse multinationale samenwerkingsverband.

In diverse verkiezingsprogramma’s lazen we deze zomer dat het beschermen van de handelsbelangen de primaire taak is van de marine. Krijgt u positieve geluiden op antipiraterijmissies uit Den Haag?
“Er zijn geen andere missies van Defensie die in de Tweede Kamer zo’n brede steun krijgen als antipiraterijmissies. Dus ja, dit werk wordt zeker gewaardeerd vanuit Den Haag. Ik zie dat als een reflectie naar ons toe, van een land dat door heeft dat we nog steeds een maritieme natie en een handelsland zijn dat belang heeft bij veilige zeevaartroutes.”

Zouden reders met Nederlandse schepen wat u betreft hun bemanning mogen beschermen met particuliere beveiligers?
“Wie is de zwaardmacht? Is het inzetten van geweld een taak van de marine, of mag een kapitein van een koopvaardijschip verantwoording dragen over het gebruik van geweld aan boord, terwijl deze er niet voor is opgeleid? Op dat soort ideologische vragen moeten de betrokken mensen, ook de reders, een mening vormen.

Mijn persoonlijke mening, en die stemt overeen met die van het kabinet, is dat het geweldsmonopolie bij overheden, bij de eigen krijgsmacht, moet liggen. Nederland is binnen Europa niet de enige die deze mening is toegedicht. Er zijn zelfs reders die terugkomen op hun besluit particuliere beveiligers aan boord te nemen.
Ja, wij moeten flexibel zijn, het moet ook betaalbaar zijn voor reders – wij doen ons best. De Koninklijke Marine staat garant voor 175 VPD-operaties per jaar, daar komen we nog lang niet aan. Reders kunnen een groter beroep op ons doen, nu en in de toekomst. Maar ik krijg soms de indruk dat we er met een druk op de knop gisteren hadden moeten zijn. Dat lukt ook die private security companies niet.”

Wat is hét moment geweest waarop u voor een loopbaan bij de Koninklijke Marine koos?
“Toen ik elf jaar was sprak een jeugdvriend van me altijd over de maritieme sector, hij wilde later naar de zeevaartschool of bij de marine. Ondanks dat ik een jaar voor mijn studiekeuze biochemie wilde gaan studeren, is dat avontuurlijke idee altijd blijven sluimeren. Die vriend zat een jaar boven mij en koos voor het KIM. Ik kreeg kaartjes van die vriend uit Sfax (Tunesië) en Tanger (Marokko). Dat leek mij toen ook wel interessant. Ik ben in 1978 op een oude opoefiets naar Den Helder gefietst om eens te kijken en kort daarna werd ik benoemd tot adelborst.
Ik heb nooit spijt gehad van deze keuze, en ik zou nu om dezelfde reden deze keuze weer maken. Ik ging bij de marine om het land te dienen. Naast een stukje avontuur was dat de belangrijkste reden.”

Ziet u die motivatie ook terug bij uw personeel?
“Ja. Toen ik vanmorgen een nieuwe lichting adelborsten toesprak, zag ik dezelfde motivatie waarom ik vroeger bij de marine ging. Veel mensen weten niet wat voor offer mensen bij de Koninklijke Marine moeten brengen. Ze zijn vaak zo’n tweehonderd dagen van huis. Als ze in Nederland zijn moeten door het hele land opleidingen gevolgd worden en mensen moeten wachtlopen. Dat offer kunnen maar weinig mensen opbrengen. En dat allemaal niet voor een commercieel salaris, maar voor een salaris dat de overheid betaald. Zowel in een internationale context als op nationaal niveau staan er altijd mensen klaar voor de veiligheid van dit land. Laat iedereen zich dat goed realiseren.”

Wat behelzen die nationale taken?
“Wij hebben permanent een havenbeschermingseenheid paraat, die meteen kan uitrukken met eigen vaartuigen, duikers en duikrobots wanneer een van onze zeehavens een terrorisme dreiging constateert. Verder zijn we dagelijks bezig met het zoeken naar en ruimen van bommen in de Noordzee, zodat vissers veilig kunnen vissen, offshore bedrijven pijpen en kabels kunnen leggen en energiebedrijven offshore windparken kunnen laten bouwen.”

Wat is uw ambitie voor de komende jaren?
“Mijn ambitie is heel simpel. Ik wil de admiraalszaal hiernaast – waar een aantal originele portretten hangen van zeehelden als Michiel de Ruyter, Cornelis Tromp en Evertsen – in kunnen lopen, in al die ogen kunnen kijken en kunnen zeggen dat ik een goede bijdrage geleverd heb aan meer dan 525 jaar marinegeschiedenis.
Met de reorganisatie waar we nu middenin zitten, bevinden we ons in zwaar weer. We zijn nu halverwege, in het oog van de storm. Dat wil zeggen dat we nu weten hoe we de reorganisatie aan gaan pakken, maar het af laten vloeien van mensen moet nog gebeuren. Een commandant verlaat zijn schip niet tijdens de storm. Ik wil deze reorganisatie zo goed mogelijk afronden.”

Foto’s: Koninklijke Marine

via Viceadmiraal Matthieu Borsboom: ‘Materieel is te koop, kennis en kunde niet’ – Maritiem Nederland.