Werken aan herstel

Tijdens een recent werkbezoek vroeg een sergeant aan mij waarom hij niet tot aan zijn pensioen bij Defensie kan blijven, waarom er geen bevorderingsruimte is, en waarom hij niet meer salaris krijgt. Begrijpelijke vragen waarvan ik weet dat die breder leven. Onze mensen dragen grote verantwoordelijkheden, zijn erg gemotiveerd, maar hebben ook financiële verplichtingen, zoals het zorgen voor hun gezin. Dan wil je weten waar je aan toe bent en vooruit kunnen kijken.

Ik antwoordde deze sergeant dat mij dat uit het hart gegrepen is en dat ik het daarom ook zo belangrijk vind dat er snel een akkoord ligt op personeelsgebied. Iets waar nu met man en macht aan gewerkt wordt. Maar ik zei ook dat personeelszorg voor mij meer is dan FPS-3 (flexibel personeelssysteem), bevorderingen en een hoger salaris…

Personeelszorg betekent ook dat we zorgen dat onze mensen hun werk goed en veilig kunnen doen, dat we investeren in hun gereedheid en hun uitrusting. Zonder frustraties over tekorten. Want wat voor organisatie zijn we als we onze mensen nog maar voor een deel van hun taken kunnen trainen? Als er onvoldoende munitie is voor hun schietvaardigheid? Als er te weinig reserveonderdelen zijn om ons materieel inzetbaar te houden? Als we ons materieel laten verouderen?

Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp (december 2014). (Foto: Ministerie van Defensie)
Een Leopard 2A6-gevechtstank waarmee Nederlandse militairen oefenden tijdens de grootschalige oefening Bison Drawsko in Polen. (Foto: Ministerie van Defensie)

De 1e stappen omhoog
Al die zaken zijn randvoorwaarden om onze mensen hun werk goed en veilig te kunnen laten doen. Dat is gelukkig breed onderkend en daarvoor is dan ook geld beschikbaar gesteld. Zo lopen er nu bij alle Defensieonderdelen uitgebreide programma’s om dit voor elkaar te krijgen. Helaas gaat dat niet van vandaag op morgen.

Zo moeten we met de € 870 miljoen die we de afgelopen 4 jaar erbij hebben gekregen eerst de benodigde spullen kopen. Hierbij hebben we te maken met – soms lange – levertijden. Dan moeten de spullen worden verdeeld en versleuteld, zodat we er mee kunnen gaan trainen en oefenen. En pas dan gaat de inzetgereedheid weer omhoog.

Het verschilt ook per wapensysteem of soort eenheid hoe snel dat gaat. Daarom zijn de verbeteringen nu ook nog niet overal zichtbaar. Maar dat het geen loze woorden zijn blijkt al wel uit de eerste tastbare stappen die gezet zijn. We trainen en oefenen weer en de dalende trend van de inzetgereedheid is gestopt. Een paar voorbeelden:

  • Munitie: In de media werd wat lacherig gedaan over militairen die pang-pang moesten roepen omdat er geen munitie zou zijn. Vervelend in de beeldvorming en ja er was ook een tekort. Maar mensen die werden ingezet waren voldoende getraind en geoefend. Inmiddels zijn de voorraden op peil en kan iedere militair zijn schietoefeningen doen. Zowel individueel als met de eenheid.
  • Trainen op zee: Bij de marine zorgt het beproefde opwerktraject van de Safety And Readiness Checks (SARC) na onderhoud weer voor een goed resultaat. Op dit moment wordt Zr. Ms. Evertsen onderworpen aan de laatste test bij Flag Officer Sea Training (FOST) in het Verenigd Koninkrijk waar het de zwaarste operationele maritieme training ter wereld doorstaat. Het gaat meer dan uitstekend met het schip, de NH90-maritieme gevechtshelikopter aan boord en haar bemanning. We verwachten dan ook een zeer positief eindoordeel.
  • Oefenen op land: De recente oefening Bison Drawsko in Polen is een goed voorbeeld van hoe we onze soldaten, korporaals en kaderleden – met collega’s uit diverse NAVO-landen – weer kunnen trainen op grootschalige gevechtsscenario’s. Cruciaal nu de veiligheidssituatie om ons heen verslechtert en ook onvoorspelbaarder is dan ooit. De samenleving verwacht van ons dat we altijd klaar staan om samen met bondgenoten in actie te komen. Daar moeten we dan ook aan kunnen voldoen.
  • Trainen in de lucht: Ook de luchtmacht nam kort geleden deel aan een grote internationale oefening in de Verenigde Staten: de hoog aangeschreven internationale oefening Red Flag. Dat kon omdat we de keuze hebben gemaakt om onze jachtvliegtuigen in juli 2016 terug te trekken uit de strijd tegen ISIS, in ieder geval tijdelijk. Een lastige keuze, maar noodzakelijk om onze vliegers en crews weer op niveau te krijgen na jarenlange eenzijdige inzet in Afghanistan, Irak en Syrië waar we vooral luchtsteun leverden aan militairen op de grond en specifieke doelen bombardeerden.
  • Reservedelen: De afgelopen periode zijn er vele nieuwe contracten afgesloten en bestellingen gedaan voor reservedelen. Als gevolg daarvan zien we de schappen weer gevuld raken en kunnen we ons materieel beter onderhouden en repareren. Ons nieuwe automatiseringssysteem geeft daarbij meer inzicht in welke reservedelen het hardst nodig zijn en het meest verbruikt worden.
  • Reservisten: Daar waar we 2 jaar geleden de inzet en de training van onze reservisten nog moesten beperken, is dat nu weer volop mogelijk. Het nieuwe beleid rond de ‘adaptieve krijgsmacht’ geeft ook een helder en concreet toekomstperspectief aan de doorontwikkeling van de rol van reservisten.
Munitie voor het oefenen van de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF), de NAVO-flitsmacht, waarvoor dit jaar het Korps Mariniers stand-by staat. (Foto: Ministerie van Defensie)

Versterking krijgsmacht
En zo zijn er gelukkig steeds meer tastbare voorbeelden van verbeteringen. Zo is de Koninklijke Marechaussee, waar de druk alsmaar toeneemt, ook versterkt. Het zijn de 1e stappen in een herstelproces dat nog enkele jaren gaat duren. Met z’n allen werken we daar hard aan.

Tegelijkertijd weten we ook dat er meer nodig is om onze krijgsmacht ook voor de langere termijn in balans te brengen. Denk daarbij aan het versterken van onze enablers; onze logistieke capaciteit, communicatie-, inlichtingen-, vuursteun- en genie-eenheden. Om er maar een paar te noemen. Zij zijn nu door schaarste vaak de zwakke schakel in de keten van onze inzet.

Maar denk ook aan ons budget om te investeren. Dat is momenteel structureel te klein om ons materieel te vervangen en te vernieuwen, en om de krijgsmacht te versterken met nieuwe technologieën. En dan heb ik het nog niet gehad over nieuwe ambities zoals het voldoen aan hogere NAVO-eisen, het versterken van onze slagkracht, en het beter beantwoorden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van cyber, terrorisme of migratie.

Nederlandse F-16’s in Amerika tijdens hun voorbereiding op de grootschalige, internationale oefening Red Flag. (Foto: Ministerie van Defensie)

Verworvenheden
Kortom, naast repareren wat we hebben moet er ook ruimte zijn om te investeren in de toekomst en te anticiperen op nieuwe veiligheidsvraagstukken. Waarom? Omdat wij moeten kunnen beschermen wat ons dierbaar is – onze vrijheid, onze welvaart, onze manier van leven. Een groot goed dat door de eeuwen heen is opgebouwd en waar heel veel mensen hun leven voor hebben gegeven. Het komende regeerakkoord moet ons daar de juiste kaders voor geven. In het belang van Nederland. In het belang van ons allemaal.

Tom Middendorp
Commandant der Strijdkrachten
maart 2017

15-03-2017 | Weblog van de Commandant der Strijdkrachten | Defensie.nl

Delen...Share on Facebook0Share on LinkedIn11Tweet about this on TwitterPin on Pinterest0Share on Tumblr0Share on Google+1Digg thisEmail this to someone

Reageer hier op